Verloren Bieren – 53 – Bier van d’Oranjeboom (2)

De vorige keer namen we een kijkje bij brouwerij Oranjeboom aan de Oranjeboomstraat in Rotterdam. Maar Oranjeboom, da’s toch een of ander koppijnbier van vroeger dat in 2004 zeer terecht van de Nederlandse markt is verdwenen? Mwah, er is wel meer over te vertellen dan dat. 

In 1906 werden bijvoorbeeld leerlingen van de Openbare Handelsschool op de brouwerij rondgeleid door mede-eigenaar en scheikundige D.P. Hoyer. Oranjeboom was op dat moment ingericht voor zowel boven- als ondergisting, en interessant genoeg werd het meeste bier daar toen nog met een ‘aan de koude temperaturen aangepaste’ bovengist gemaakt. Volgens Hoyer kwam hier hygiënischer bier uit, minder uitvergist en dus een bier dat ‘extractrijker en alcoholarmer’ was dan ondergistend bier. Zuurvorming in de houten vaten werd voorkomen door ze van binnen helemaal met pek te bestrijken zodat het bier nooit met hout in aanraking kwam.

In 1924 kreeg het tijdschrift ‘Hollandsche revue’ een inkijkje in de brouwerij. Ook op dat moment werd nog voor enkele biersoorten bovengist gebruikt, ‘omdat deze een eigenaardigen, door zeer velen geliefden smaak aan het bier geeft’. Het verhaal bevat verder nog allerlei andere wetenswaardigheden over de fabriek, zoals dat men inmiddels over 25 vrachtauto’s beschikte voor de distributie, hoewel in de stallen ook nog altijd ruim dertig paarden stonden.

En jawel hoor, uit de twintigste eeuw zijn er brouwboeken bewaard gebleven, over de periode 1933-1947 en 1959-1961. In de jaren dertig bestond het assortiment uit gerste lager, pils, export-pils, en in mindere mate uit gerste, Münchener, stout en bock. En ja, een paar van die brouwstaten krijgen jullie nu voor je plaat!

Een paar dingen vallen op. Om te beginnen haalde Oranjeboom een vrij hoog rendement uit zijn mout, van meer dan 90%, iets wat je als hobbybrouwer vrijwel nooit zult bereiken. De brouwboeken geven het stamwortgehalte en het eindgehalte, waarmee je het alcoholgehalte en de vergistingsgraad kunt berekenen. Lastiger zijn de mout, de toevoegingen en de hop. Als je voor het ‘gewoon mout’ pilsmout neemt, vallen de bieren allemaal erg bleek uit. Licht Münchenermout geeft betere resultaten: het pils en gerste lager wordt dan goudgeel als bv. een Gulpener Dort. Dat is wat aan de donkere kant, maar de stout, Münchener en bock moeten ook weer niet te licht worden. De donkere bieren werden vooral bijgekleurd met een kleursel dat in de brouwboeken als ‘Ei’, ‘Eis’ of ‘En’ is aangeduid. Helaas heeft de Recipe Builder van brewersfriend.com niet zo’n kleursel bij de opties, dus het is giswerk hoe donker deze bieren precies waren. Stout werd zonder kleursel gemaakt, maar met bijvoeging van suiker. Dat zal dan bruine suiker zijn geweest, hoewel bij de productie van exportpils soms ook suiker werd gebruikt die vermoedelijk dan weer kleurloos was. Opvallend is verder dat het gerste lager lichtgekleurd was, maar het gerste weer donker.

De hop was Duits, van o.a. Fuchmann, Mendl en Neuberger. Vermoedelijk dus een Beierse hop à la Hallertau Mittelfrüh. Die heb ik dan ook genomen om de bitterheid te berekenen. Verder valt het op dat een aantal bieren vrij slecht zijn uitvergist. Mogelijk werden het gerste en de stout zelfs nog bovengistend gemaakt. Wie weet valt er in de administratie van Oranjeboom hier nog het een en ander over te vinden. Het bockbier werd eind september gebrouwen, wat wijst op een lagertijd van tweeënhalve maand, want in die tijd werd het de tweede donderdag van december op de markt gebracht.

Nou, je kunt hiermee een heerlijk Rotterdams jaren dertig-assortimentje nabrouwen. Zet dan vervolgens de reclame-78-toerenplaat van Willy Derby uit 1937 op (‘Bier van d’Oranjeboom, dat maakt je blij van zin; proost, op je gezondheid hoor en schenk nog maar in!’) en proost op de biergeschiedenis van Rotterdam. Teveel moeite? Je kunt ook een Heineken opentrekken: het groene etiket ontstond in de Rotterdamse Heineken-brouwerij en is geïnspireerd op de kleuren van de Rotterdamse vlag, echt waar!

De bieren uit de Tweede Wereldoorlog en daarna bekijken we een andere keer wel weer. Met de Oranjeboom-brouwerij liep het uiteindelijk niet goed af. Het concern nam na de oorlog diverse brouwerijen over, zoals ZHB uit Den Haag, Barbarossa uit Groningen en De Phoenix uit Amersfoort. In 1967 werd het echter onderdeel van het Britse Allied Breweries, dat zoals we eerder in Verloren Bieren al zagen, Oranjeboom en nog wat merken in de ban deed ten faveure van het internationale merk Skol. Een miskleun van de eerste orde: de verkoop kelderde en in 1980 leed Skol 50 miljoen verlies. En zo keerde in 1982 Oranjeboom weer terug, volgens een nieuw recept. Het bracht niet de gehoopte redding: in 1990 werd de Rotterdamse brouwerij gesloten en werd de productie geconcentreerd in Breda. Na overname door Interbrew ging ook die brouwerij in 2004 dicht en afgebroken. Uiteindelijk werd in Breda het laatste Oranjeboom-pilsje getapt.

Gek genoeg is Oranjeboom echter springlevend in het buitenland. De in Breda gevestigde megabrouwerijhuurder United Dutch Breweries laat het in Duitsland brouwen en verkoopt het wereldwijd: tot in Nieuw-Zeeland staat het in de schappen. Onderdeel van mijn research voor dit artikel was een rondtocht door de riolen van youtube, waar allerlei sneue Amerikanen, Britten, Brazilianen en Japanners op hun kansloze zolderkamertjes bier opentrekken en daar vervolgens allemaal filmpjes van minstens vijf minuten (!) over vol kletsen. En dus ook over Oranjeboom uit blik! Tranen springen je in de ogen bij zoveel triestheid, en de deprimerende nerds denken ook nog eens allemaal dat het echt uit Nederland komt.

Gelukkig biedt Youtube ook opbeurende filmpjes over Oranjeboom. Dus om jullie allemaal nog even op te vrolijken: https://www.youtube.com/watch?v=qibfdfsDEnoBoem!

Met dank aan: Ron Pattinson

Afbeelding: bladmuziek van de ‘Oranjeboom-marsch’ door Ferry, 1937. Archief brouwerij Oranjeboom, Stadsarchief Rotterdam.

Deel dit bericht:

    5 thoughts on “Verloren Bieren – 53 – Bier van d’Oranjeboom (2)

    1. Leuk, die cijfers!
      De vergisting verliep niet al te efficiënt, blijkbaar. Je zou van ‘n grote, professionele brouwerij (die hulpmiddeltjes niet bepaald schuwde) hogere percentages verwachten.

      Ook het aloude Oranjeboom was dus een maïspils, net als de moderne Belgische macro-pilsjes dat zijn. Niet zelden hebben die ook het imago een “hoofdpijnbier” te zijn, zeker Stella. Zou maïs werkelijk hoofdpijn kunnen veroorzaken, of zit het toch gewoon tussen oren, zoals vaak gedacht wordt?

      • Wat ik wel frappant vind, is dat het rendement uit de mout dus superhoog is, maar de vergisting juist laag. Cijfers liegen niet, maar ik vraag me toch af of we niet iets over het hoofd zien bij het interpreteren van de data?

    2. Tja, de cijfers zijn de cijfers, al zou je e.e.a. nog nauwkeuriger kunnen uitrekenen. Ik heb de berekening gemaakt op de calculator van Brewer’s friend, maar er kan elders betere software voorhanden zijn. Verder geeft het originele brouwboek het stamwortgehalte in graden Balling, terwijl ik de omrekening gemaakt heb in de iets afwijkende Brix-schaal.
      Overigens kwam Ron Pattinson ook al zulke lage vergistingsgraden tegen bij Heineken omstreeks 1911; lager dan de meeste bovengisters destijds. Mogelijk vergistte e.e.a. nog verder uit tijdens de lagering. Zo werd de pilsener uiteindelijk verkocht als een bier van 5% volgens de etiketten. De Münchener als 5% en de stout als 6,5%.

      Wie zelf eens met de cijfers wil stoeien, dit zijn de originele gegevens van zo’n brouwsel:
      Oranjeboom pils
      Brouwdatum 29 juni 1933
      Mout: 4100 (kilo)
      Mais: 600 (kilo)
      Hop: 58 (kilo)
      Aantal HL: 312
      % Balling: 11,17
      Einde hoofdgisting: 7 juli 1933
      % Balling: 3,6

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *