Verloren Bieren – 52 – Gerste

Het klinkt misschien vreemd, maar we gaan het over gerstebier hebben. Gerstebier, maar bijna al het bier is toch van gerst gemaakt? En inderdaad, al sinds de introductie van kuitbier rond het jaar 1400 zit er gerst in bier, terwijl het daarvoor vooral haver bevatte. Toch bleef men naast gerst ook nog lang andere granen toepassen. De naam ‘gerstebier’ wordt daarom gek genoeg pas algemeen in de negentiende eeuw.

In Rotterdam kondigden bijvoorbeeld in 1829 drie brouwerijen tegelijk aan voortaan ook ‘Versch blank Gerste-bier’ te brouwen. Andere brouwerijen elders waren daar al mee bezig of zouden snel volgden. Interessant is dat de naam ‘gerstebier’ kennelijk niet zomaar betekende dat er geen andere granen meer in zaten, tenminste als we af gaan op het recept dat de Alkmaarse leerling-brouwer Johannes Wahlen in 1865 in zijn ‘Brouwboek’ vermeldt. Om zijn ‘Gersten of Brabandsch Bier’ te brouwen, moest in de kuip worden gestort:

800 pond gerstemout, ‘Blank (princes) op de eest gedroogd’
200 pond korte Friese havermout
300 pond witte tarwemout
100 pond spelt ‘tot luchtigheid’, omdat anders de tarwe een te dikke ondoordringbare koek zou vormen bij het filteren.

Aan de tekst te zien, ging het in 1865 al om een ouder recept. In ieder geval liet Wahlen zelf het spelt weg. Verder meldt hij dat het, waarschijnlijk door de tarwe en haver, een troebel bier werd. Het is dan ook niet gek dat hij een ‘bereidsel’ toevoegde om het helderder te maken, zodat het uiteindelijk ‘geel als ducatengoud’ werd, ‘uiterst fijn van smaak en sneeuwwit van schuim.’

Gerstebier dus. Een bierbrouwerij als d’Oranjeboom in Rotterdam ging in de jaren 1830 al snel een assortiment voeren dat enerzijds bestond uit ‘princesse of bruin’ en anderszijds uit ‘blank gerste’, naast verder oud en minnebier. Met name in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam het span gerste en princesse vaak samen voor. Was het dus het gerstebier dat vaak lichtgekleurd was, en het princessebier donker (en gekruid)? Er zijn genoeg tegenvoorbeelden waarin donker of bruin gerste voorkomt, of lichtgekleurd princessebier, maar dat is ook het onderscheid wat het boekje De praktische bierbrouwer uit 1866 maakt. Nadat we laatst al zijn bruine, gekruide princessebier hebben gezien, is dit zijn gerstebier:

VERSCH GERSTEBIER.
Hiervoor gebruikt men 56 pond blank mout en 1½ pond vlaamsche hop per ton of aam; laat het water voor 1/6 verkoken de hoeveelheid zetgist is 2 N.O. per ton, die bij eene temperatuur van 10° C. bij het brouwsel wordt gevoegd. Ondergisting.

Zetten we dit om naar een recept, dan krijgen we:

 

Versch gerste anno 1866

Naar: De praktische bierbrouwer, bewerkt door een oudbrouwer, Amsterdam 1866.

  

  Voor 155 liter Voor 20 liter
Moutstorting
Pale-mout 28 kilo 3,6 kilo
  
Hopschema
Hallertau Mittelfrüh
(gehele kooktijd)
300 gram 38 gram
  
Kooktijd 300 minuten, mag ingekort tot 90 of 60
Stamwortgehalte (OG) 1044
Eindgehalte (FG) 1010
Alcohol % vol. 4,43
Vergistingsgraad 76,5%
IBU (bitterheid) 30,17
EBC (kleur) 6,8
Koelen naar 10º C
  
Toevoegen na koken
Gist Ondergist, bv. WLP830

 

Bij hem is het een ondergister, maar in de praktijk moet het bij andere brouwers vooral bovengistend geweest zijn. Hoe dan ook, dit gerstebier was een lollig blond biertje van tegen de 4,5% alcohol, leuk genoeg precies wat Jopen tegenwoordig onder diezelfde naam verkoopt. In de omschrijving van Jopen was het ‘het antwoord van de bovengistende brouwers op de pilsrevolutie’ van eind negentiende eeuw, maar in feite dateert dit gerstebier dus al van vóór die tijd. Is het verhaal daarmee ten einde? Integendeel! Want uiteindelijk gingen de pilsbrouwers met het gerstebier aan de haal. Maar dat zien we volgende week.

– Illustratie: bieretiketten.nl

Deel dit bericht:

    4 thoughts on “Verloren Bieren – 52 – Gerste

    1. Hoi Ton, qua receptuur zitten ze er in mijn beleving aardig dichtbij. Wat voor mij ook wel een verrassing was, want latere varianten, o.a. die van Heineken, waren donker.

    2. Jopen heeft als een van de jubileumbieren ook Dark Gerste nr1 op de markt gebracht, samen met Ron Patterson gebrouwen. Recept van 1911 van een grote brouwer uit Rotterdam. Ondergistend, goed gehopt, doordrinkbaar en ondanks de donkere kleur niet extreem zoet (schrijft Jopen zelf). Tijdens de presentatie zeiden ze er bij dat de brouwerij destijds in Rotterdam en Amsterdam gevestigd was en dat de concurrentie nogal boos was dat ze kort of zelfs niet (dat ben ik even vergeten) lagerden. Het bier van Jopen daarentegen is extra lang gelagerd.
      Dist is wat ik van de site heb geplukt en wat ik van de presentatie heb overgehouden (ik heb die avond het bier ook een beetje geproefd). Als Michel en / of Ron dit lezen kunnen zij misschien aanvullen of corrigeren… Dat doordrinkbaar klopte in elk geval, dat weet ik zeker.

    3. Hoi Fred, leuk, ik was ook op die presentatie. Over Gerste no. 1 en andere ondergistende gerstebieren ga ik het deze week hebben, en ook over welke ‘grote brouwer uit Rotterdam’ dat was.

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *