Opvoeding

Ik drink alweer ruim 35 jaar serieus bier. Eigenlijk nooit een pilsje, ik begon rond  m’n 16e met Duvel, Engelse bitter van de keg (cask ales waren toen nog ondenkbaar in Nederland), Westmalle Tripel en natuurlijk bockbier als dat begin oktober in de winkels verscheen. Daarmee was ik een grote uitzondering. Een doodenkele goed gesorteerde slijter verkocht deze bieren. De eerste Belgisch georiënteerde biercafes gingen open. We spreken over eind jaren 70. Begin jaren 80 opende de eerste nieuwe Nederlandse brouwerij, in Arcen en even later brouwerij Het IJ. Speciaalbierdrinkers (zo heette dat toen nog) waren pioniers! 

Met behulp van bij- en vakantiebaantjes, ik studeerde toen nog, kon ik mij een uitstapje met de trein naar België of naar Düsseldorf en Köln veroorloven. Zo kwam ik in aanraking met alt en kölsch en vooral de echte lambic en geuze. Zo kwam ik in aanraking met de bieren van Cantillon,  3 Fonteinen, Vanderlinden in Halle, De Neve in Schepdaal, Van Malder in Brussel en de eerste bieren van Frank Boon.

IPA? Ik wist niet wat het was, het bestond simpelweg niet! Imperial Russian Stout? Ja, die was er wel, één bier,  van Courage, maar daarvoor moest je naar de Kulminator in Antwerpen. Of kon je een doodenkele keer bij de Wijn en Bierboutique in Den Haag terecht.

Nu zie ik late tieners en twintigers optreden als de nieuwe generatie bierproevers. Ze zijn opgegroeid met IPA’s en IRS’en. Op de meeste Belgische bieren kijken ze neer, behalve op Orval  en lambics, die nu behoorlijk hip en dus onvindbaar of duur zijn geworden. Of Struise, die voor sommigen de nieuwe heilige graal op biergebied is geworden.  Want wat is Pannepot eigenlijk? Een uitstekende Vlaamse bruin die zeer goed rijpt, net als de bieren van Felix en Liefmans in de jaren 70 en vroege jaren 80.

Jongens en meisjes bierproevers, ik vind het fantastisch waar jullie mee bezig zijn. Jullie worden door niets gehinderd en afgeremd. Vrijwel alles is verkrijgbaar, al moet het soms duur worden betaald. Het aanbod is enorm, nieuwe brouwerijen, nieuwe biercafé’s en nieuwe bierwinkels schieten als paddenstoelen uit de grond. En ik maak er dankbaar gebruik van. Ik doe graag met jullie mee, als het op proeven aankomt. Maar ik mis één ding bij jullie: opvoeding!

Met opvoeding bedoel ik niet dat je je niet kunt gedragen in het openbaar. Verre van dat! Met opvoeding bedoel ik dat je proefervaring hebt met de klassieke Belgische bieren, in plaats van Belgische bieren die je tegenkomt direct al opzij te schuiven omdat het toch alleen maar ondrinkbare zoete meuk is. Dat je hebt kennisgemaakt met de producten van kleine ambachtelijke brouwerijen op het platteland rondom Bamberg, waar brouwers goed weten hoe je aan een ondergistend bier smaak en vooral balans moet geven. Dat je in Engeland niet alleen de Bermondsey mile afkleppert, maar ook de klassieke Engelse bitters drinkt die echt niet allemaal te dun zijn en te weinig hop en te weinig koolzuur hebben. 

Dat een goed bier niet alleen maar een berg overzeese hop moet hebben en/of een brettje, maar dat doordrinkbaarheid, subtiliteit en balans echt geen vieze woorden zijn.

Zo! Genoeg de ouwe lul uitgehangen die alleen maar mekkert dat vroeger alles beter was. Want dat is niet zo. Ik hef mijn glas op jullie of nog liever met jullie jonge bierproevers. Dat wij nog maar veel proefervaring mogen opdoen!

– Foto: Struise.com

Deel dit bericht:
    This entry was posted in Opinie by Edo van Bree. Bookmark the permalink.

    About Edo van Bree

    Ik pretendeer geen bierkenner te zijn, maar met 1500 geproefde Nederlandse bieren (met op Ratebeer geplaatste proefnotities) heb ik toch enig recht van spreken. Ik ga hierover schrijven in een maandelijks blog.

    18 thoughts on “Opvoeding

    1. Mooi stuk Edo. Ik ben er een stuk later bij gekomen (drink ‘speciaal’ sinds ’96). Bij mij kwamen de IPA’s dus ook pas later, en ook al drink ik ze graag, ik heb ze dus toch nooit helemaal zó omarmd als de hipsters – ik vind het jammer dat dus nu ook alleen de IPA doordrinkt (pun intended) tot de massa. Ik heb eind vorige eeuw met veel genoegen vlaams Rood ontdekt (Rodenbach Grand Cru), ben verzot op Geuzes, uiteraard ben ik dus ook bij Cantillon en in Eyzeringen geweest. Inmiddels brouw ik ook zelf. Vorig jaar heb Bamberg bezocht en ook Plzen hoort bij de ‘opvoeding’ wat mij betreft – onwaarschijnlijk wat een smaak de originele Pilsner Urquell heeft met gebruik van slechts 1 hop, 1 mout en een ondergist (voordat hij gefilterd, geverpesteurizeerd en gebotteld wordt).

      En toch, ook al heb ik volgens mij ook naar jouw maatstaven dus best een redelijke ‘opvoeding’ genoten, vind ik echt heel erg veel Belgische bierstijlen zoete meuk. Een deel van de trappisten kan me bekoren (Westmalle, Rochefort, natuurlijk Orval), en natuurlijk dus de vlaamse rood/bruin, en de geuzes en lambiek – maar ik houd nu eenmaal niet van bieren die zoet en zwaar (horen) te zijn. En voor zover ik begrepen heb is dat zwaar (en daardoor ook zoet) het gevolg van de Belgische drooglegging, waarna de bieren moesten worden aangepast aan de smaak van de jeneverdrinker, en niet van gestage biervoorutigang (zoals in Duitsland en Engeland).

    2. I couldn’t have said it better myself! Ik probeer ze( bijna dagelijks) op te voeden… valt niet mee ;-)

    3. Zelf ben ik natuurlijk ook een liefhebber van traditionele bieren en inderdaad vind ik ook wel dat je die eens “moet” proeven om de smaken van bier te kunnen beoordelen. Dus die echte moutsmaak (niet weggebrand) en de echte hopsmaak (niet weggetropischt). Vanuit die basissmaken kun je dan verder gaan.
      Maar goed, al die Belgische tripels waar de generatie voor ons zich mee heeft volgegoten omdat dat hip was, dat waren natuurlijk ook geen traditionele bieren, noch zijn het bieren waar de basissmaken goed in uitkomen, daarvoor hebben ze te veel fruitig gist en te veel koolzuur. Het verwijt dat de IPA-drinkers gemaakt wordt geldt dus ook de oude tripeldrinkers. Er is niks nieuws onder de zon.

    4. Goed stuk. Eigenlijk is het enige vervelende er aan dat ik het niet geschreven heb… Overigens moet ik zeggen dat in België de horeca ook niet altijd mee werkt. Ik was een tijdje geleden een weekje in Wallonië en wat ik daar tegen kwam deed me spontaan besluiten dan maar geen bier te drinken. Dat waren namelijk wel de geijkte bieren die ik langzamerhand wel eens gehad heb…

    5. Leuk geschreven en helemaal eens. Gelukkig zie ik ook (jonge en oude) nieuwe bierliefhebbers die wel met hun opvoeding bezig zijn, en al snel ook de Belgische bieren op waarde schatten. In mijn werk zie ik dat vooral bij Amerikanen die ik op hun fietsreis door Nederland en België begeleid voor http://www.beercycling.com. Zij laten de grote merken abdijbier links liggen, maar waarderen de echte Belgische traditie van Vlaams bruin, lambic en traditionele Trappisten enorm. En ze proberen alles, onbevooroordeeld en objectief. Ze prijzen de Belgische bieren om hun balans en complexiteit, het is voor hen na de vele Amerikaanse extremen een “next level.” Grappig ook om te zien dat ze niet erg onder de indruk zijn van wat wij als hippe beergeeks leuk vinden: Nederlandse IPA’s vinden ze wel aardig, maar die vinden ze thuis beter. Het geeft een verfrissende blik op onze hedendaagse biercultuur. Ik moet eerlijk zeggen dat ik na zo’n tour in Vlaanderen altijd weer hard toe ben aan een IPA of IRS….

    6. Eerlijk gezegd geef ik geen stuiver meer voor de toekomst van de Belgische suiker- en alcoholbommen die de laatste decennia populair zijn geweest. De Belgische brouwers weten momenteel niet hoe snel ze met extra gehopte en IPA-versies van hun brouwsels moeten komen.
      Interessant ook om te beseffen dat die typische zware Belgische kneiters als La Chouffe, Kwak, Verboden vrucht, Kasteel, Delirium Tremens en alle andere Gulden Draken, Moeder Overstes, Fantômes etc. etc. allemaal uit de jaren tachtig dateren. Een mode die nu dus op zijn laatste benen aan het lopen is.
      De IPA-mode waait ook wel weer een keer over, over twintig jaar of zo…

    7. Fijn en helder geschreven stuk. Als ik naar me zelf kijk dan ben ik steeds vaker op zoek naar balans, en wordt ik wat moe van alleen hoparomas in bier.

    8. Inderdaad mooi stukje. Hopelijk komt er wat meer ruimte voor authenticiteit en terroir naast het kopiëren van buitenlandse trends, de ‘berg overzeese hop’ en de bulk pilsmout. Komt allemaal goed waarschijnlijk, ooit…

    9. Wat een bijval Edo, wat een bijval, maar niet van mij. Heel eerlijk, ik snap het niet. Is dit een soort stripverhaal versus literatuur waar mijn ouder maar over zanikten, of the Stones versus Mozart met de kritiek van mijn grootouders? Het is maar net waar je in een bepaalde zeer bepalende periode in je leven mee in aanraking komt, daar vormen zich referenties.

      Ouwe lul?

      Ja, ik ook.

      Precies in die periode die jij beschrijft begon ik ook aan mij eerste bieren en ook meteen zelf brouwen. Wat was er te krijgen? Inderdaad de geijkte trappisten en ‘zuuren’, de andere Belgen (wat later) kocht je bij de Xenos. Aan de grens wonend was Duits bier makkelijk te krijgen zelfs af en toe een Berliner Weisse. Logisch toch dat dat dan je ijkpunten worden? Als we het over de brouwkwaliteit hebben, dan was die zeker in die periode in Belgie nogal wisselend, helemaal als je het vergelijkt met de razend strak brouwende Duitsers.

      De “IPA” was nog helemaal niet heruitgevonden en de eersten die ik ergens midden jaren 90 proefde waren een schok en openbaring tegelijk.

      In feite brachten ze balans (terug?) in de bierwereld, naast de moutzware Duitsers (nota bene in ‘s werelds grootse hopgebied) en de heftige gistprofielen van de Belgen (ook hoppeloos). Ze lieten ook meteen zien waar het balanspunt van het geheel ligt, in Engeland, bij dat Bitter. Het ultieme bier dat mout, hop en fruitige gist heeft zonder dat er een de boventoon voert.

      Neen, laat het jonge volkje maar aanmodderen, komt allemaal goed. Je ziet het nu zelfs al gebeuren. Session IPA noemen ze het, een licht bier met veel hop, nu nog een beetje meer gistprofiel en je bent er. Waar? Bij dat Bitter natuurlijk (zij het met de ‘verkeerde’ hop).

      ;)

      • Mooi relaas Ingo: het is bijna een column!

        Overigens is het wel interessant om te zien, dat hier in de reacties heel veel bijval is (van met name de bierproevers, die al langer met de hobby bezig zijn). Maar als je reacties op facebook leest (met name in de Beer Geeks groep), dan zie je juist ook heel veel dat mensen zich totaal niet kunnen herkennen in het verhaal.

    10. Het leuke is dat het stuk van Ingo helemaal niet zo in gaat tegen dat van Edo. In feite heeft hij juist gedaan wat Edo propageert. Hij heeft kennis genomen van allerlei verschillende bieren en uiteindelijk maakt hij zijn keuze. Niet iets waar Edo tegen is volgens mij…

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *